Greta, Freddy en Dany, ze hebben samen al wa kilometerkes onder de wielen geschoven, ze hebben samen al enkele uitdagingen op touw gezet, en deze ook tot een goed eind gebracht. Zo bv het Klassiekerbrevet van Le Champion , dat er uit bestaat om een bord vol te krijgen dat samengesteld is uit 13 wielerklassiekers.
Zo ook het inmiddels ter ziele gegane Super Belgisch Klimbrevet, daarvoor moest men in elke van de 9 provincies een klimrit weten te fietsen die niet van de poes was. Tussendoor fietsten Freddy en Greta ook nog es de Tour de France, het voordeel natuurlijk om als fietsend echtpaar door het leven te gaan onder het motto “samen uit, samen thuis”.
Het was in het jaar 2004 dat ik op de proppen kwam om eens een nieuwe uitdaging te gaan zoeken in Frankrijk, deze zou bestaan uit het brevet Cyclo Montagnard Francais. Dit bestaat uit het fietsen van 5 ritten in de 5 Franse bergmassieven zijnde de Jura, Alpen, Centraal Massief, Vogezen en Pyreneeën. Elke rit komt uit boven de 200 km en heeft een hoogteverschil dat rond de 4000 meter draait. De laatste rit vond plaats op zondag zes juli 2008, daar komen we later op terug ,eerst een overzichtje van de overige vier ritten.
We begonnen eraan in het jaar 2004 zij het onder een niet te best gesternte, twee maand alvorens de eerste rit in de Jura af te werken, brak ik mijn schouder na een val tijdens de Ronde van Vlaanderen. Zeven weken van inactiviteit maakten het onmogelijk om goed voorbereid aan deze 219 km lange klimrit door het Jura gebergte aan te vatten.
Als deelnemer heeft men tijdens elk van de vijf ritten de keuze deze te fietsen op één of twee dagen, zowat drie vierden van het deelnemersveld maakt gebruik van deze laatste keuze. Alzo kon ik alsnog aan de start komen op zaterdag 19 juni 2004 te Lons Le Saunier om die dag de eerste 89 km te fietsen, de rest dan een dag later. Eigenlijk is dit een formule die in de ware betekenis van “ wielertoerisme” kan gefietst worden, er blijft nog tijd over om te genieten van andere dingen, en twee dagen lang en een beetje te leven als “ God in Frankrijk”. De start van dit gebeuren vergeten we nooit ,de markt van Lons Le Saunier was volledig afgezet en versierd voor de deelnemers, en om 11.00 werden we als echte Tourhelden uitgewuifd onder politiebegeleiding. Op datzelfde ogenblik was het snikheet, het weer zou een gegeven worden in elk gebergte, dat evenveel als de vele zware cols een rol zou gaan spelen.
Deze eerste BCMF selectierit verliep ook voor een stuk op Zwitsers grondgebied, het was daar dat we met de Col Du Marchairuz ( 1449 meter ) het hoogste punt van deze rit bereikten. Een maand later zou de Tour de France ook in Lons Le Saunier arriveren, dit mooie dorpje zal ons eeuwig bijblijven tevens door het feit dat we er op zondag, na afloop van onze rit, maar geen deftig restaurantje konden vinden. De twaalf Vlamingen die naar hier kwamen afgezakt, namen dan maar hun toevlucht tot een pizza tentje waar de korst van de pizza zo hard was dat je er een kapot vals gebit kon aan overhouden…Onze eerste stempeltje was vergaard, we maakten kennis met een nieuwe vorm van wielertoerisme, met bijzonder enthousiaste Fransen en bevoorradingstafels die we nog nooit eerder zagen.
Onze volgende twee ritten in de Alpen en Centraal Massief fietsten we in 2005, meteen breiden we er een vakantie aan vast, de verplaatsing van meer dan 1000 km is immers niet mis en het Franse Zuiden is zo immens mooi dat er geen woorden voor zijn. Zo bv de hele mooie lavendelvelden die voor de rest van je leven op je netvlies gebrand blijven, als je de vele Alpen weiden langskomt. Het was het weekend van 10 juli dat we dit BCMF brevet afhaspelden in Manosque , 223 km lang met acht cols, na zonneschijn kwam regen, ja we kwamen terecht in een enorme plensbui die op een mum van tijd de wegen blank zett. Signal De Lure was met zijn 1826 het hoogste punt van de dag, is 20 km lang waarvan de eerste 16 km in de buurt zijn van de 7 %.
Maar meer last van de grille meteo omstandigheden kregen we een week later te verwerken in het Centraal Massief. Met zijn 180 km was het daar in Le Puy en Velay de kortste in kilometers, een ganse dag fietsen bij meer dan 40 graden was meer dan een beproeving ! Overigens dienen we er aan toe te voegen dat een Franse kilometer niet dezelfde is als een Vlaamse, reken er maar 10% bij zodat we hier vandaag na een dag van zweten en klimmen uitkwamen in de buurt van 200 km. Les Boucles de Velay werd een loodzware beproeving enkel en alleen omdat urenlang fietsen, in temperaturen ver boven de veertig graden nooit gezond kan zijn…Een groot deel van de dag vertoefden we tussen de 1000 en 1500 meter en nooit in ons leven hebben we meer gesmacht naar fris drinken…
Tussen beide ritten in ook kennis gemaakt met de Mont Ventoux, eerst met de wagen, nadien met de fiets vanuit Bedoin, een hele zware klus waar vooral de doortocht in het bos lang zal bijblijven. Het werd een indrukwekkende ervaring , het aantal wielertoeristen dat deze col beklimt is ontelbaar, het is en blijft een uitdaging waar één ieder voor zich voldoening uithaalt.
We zijn beland in het jaar 2006 voor onze vierde van vijf BCMF ritten, deze keer een minder verre verplaatsing naar de Vogezen waar in Horbourg- Wihr de start wordt genomen voor officieel 220 km en 3711 meter hoogteverschil. Petit Ballon was hier de bekendste van een col of zes die we hier onder de wielen kregen geschoven. Net zoals in elk bergmassief ook hier hele mooie vergezichten, unieke plaatjes! Gerardmer zal wel velen bekend in de oren klinken, het was aan de oevers van dit meer dat we nog maar es kennis gemaakt hebben met hoe fijn de Franse keuken wel kan zijn….
En dan zijn we beland in het jaar 2008, zijnde de zesde juli, na een maandenlange voorbereiding met klimwerk in de Ardennen er boven op, zijn we klaargestoomd om onze vijfde en laatste rit van dit prestigieuze Frans Klimbrevet af te werken in de Pyreneeen, de verplaatsing bedraagt 1050 km , Saint Gaudens is de place to be. De avond ervoor maakten we nog een wandeling, tal van slakken kropen over het wegdek, onze bompa leerde ons lang geleden dat zoiets slecht weer voorspeld, het zal toch niet waar zijn….
Zondagmorgen 6 juli, het is 4u30 als we het rolluik van onze hotelkamer optrekken, de regen tikt tegen de ruiten, ja … het zal wel waar zijn…. De start vond plaats tussen 4u00 en 6u00 in de morgen, we rekenden op goed weer om alzo om 5u30 van start te kunnen gaan, het donkere wolkendek en de onophoudende regen zorgde ervoor dat we pas iets voor 6u00 als bijna allerlaatsten van start gingen, tegenslag één…
Amper 830 meter ver en één van onze binnenbandjes geeft de pijp aan Maarten, bij halfdonker dienen we een bandje te vernieuwen, tegenslag twee…
We zijn 30 km ver waarvan er tien misreden!!! Het regent zo hard dat de regendruppels op de weg blaasjes worden, tegenslag drie… Van die tien kilometers die we verkeerd reden waren er twee steile stukjes bij, triest maja , het is op zo’n momenten dat men er de brui zou aan geven, dat de moed in de schoenen zakt en dat men moet beroep doen op de ervaring die men na 19 jaar wielertoerist wel heeft, nie plooien en trappen tegen alles in , door de wind, door de regen , dwars door alles heen..
Na een kilometer of zestig, en enkele colletjes ver, de eerste bevoorrading op een overdekte plaats, we rillen als een riet en de hete koffie is meer dan welkom, alles is hier voorhanden wat goed naar binnengaat en we nemen uitgebreid de tijd om ons flink te bevoorraden, er wacht immers nog meer dan 3500 hoogtemeters in klimwerk en 160 km…
Na 90 km klimmen we via de Col d’ Azet naar een hoogte van 1600 meter, is het opgehouden met regenen, het is de mist die ons nu parten speelt, we zien nauwelijks 40 meter ver en door die dichte mist is afdalen een waar huzarenstukje. Op elke top is het berekoud en tijdens het dalen zit je te huiveren op je fiets. Eens beneden is het alsof we in een beek zijn gereden, het water loopt van ons af van helm tot schoenen…
Onze hotelmanager bekeek samen met ons de dag ervoor het parcours, hij was één vat enthousiasme toen hij het had over de Port de Balés, een schitterende col met een enig mooi zicht op de Pyreneeen. Langzaam aan begaven we ons naar deze killer van 1755 hoog. Ons zicht was 0,0 want de mist zorgde er de ganse dag voor dat we op geen enkele col iets te zien kregen. Deze Port de Balés werd voor de eerste keer beklommen door de Tourrenners in 2007, speciaal om die reden werd het wegdek vernieuwd.
En als we op dit feit nog iets dieper op ingaan, dan komen we terecht bij ex- Tour directeur Jean –Marie Leblanc. Om zeker te zijn van een doortocht in de Hautes- Pyreneen werd er vroeger nogal wat extra geld op de Tour tafel gesmeten. Het was Leblanc die daar korte metten mee maakte, elke plaats waar in de Tour wordt gestart en aangekomen legt eenzelfde bedrag op tafel. Door de eigenheid van het departement Hautes – Pyreneen dat cols huisvest als de Tourmalet, Luz- Ardiden, Aspin en vele andere, was het voor de Tourorganisatoren evident hier jaarlijks voor bij te rijden.
Het geld dat men hier op overschot had werd dus gebruikt om wegen opnieuw aan te leggen, de Port de Balés is er een schitterend bewijs van, de asfalt is er zo goed als nieuw. Een ander project werd alzo gefinancierd, op de lange prachtige cols werd er signalisatie aangebracht waarop fietsers, van welke slag ook, op de hoogte werden gesteld van de afstand die hen nog rest naar de top alsook het klimpercentage van de komende kilometer.
Dit een beetje terzijde maar we vonden het toch interessant om dit mee te geven. Alvorens we de top van deze col bereikten hadden we ook al de Peyresourde beklommen, eenzelfde mistige bedoening en ook hier lange steile stukken… Geen enkel van ons drie kwam die dag echt in de problemen, een bewijs dat het goed zat in het koppeke en dat de voorbereiding af was.
Halfweg de beklimming van de Port de Balés namen we ons middagmaal dat op voorhand was besteld, in de eerste 140 km waren we nog een zevental voorbijgereden zodat we hier toch niet als allerlaatsten toekwamen. Het restaurant was een ski- opbergruimte, klein maar gezellig en het moet gezegd, op elke bevoorradings plaats was het enthousiasme van de organisatoren buitengewoon groot, ze komen een praatje maken, zijn één en al bewondering dat er ook een vrouw deze rit rijdt op één dag en ja ook de beide mannen kregen een pluim omdat ze haar bijstaan daar waar nodig alhoewel…dat bijstaan was nu niet echt nodig want “Greetje” had zo’n dag dat ze regematig uit het zicht verdwenen was in de dichte mist… En wij die jarenlang dachten dat ze nie tegen koude en regen kon…Nog zeventig kilometers resten ons nu nog tot de finish, cols als Des Ares en De Buret zijn maar klein bier meer in vergelijking tot de reuzen die we reeds achter ons hebben liggen. De laatste 50 km staan ons nog 3 bevoorradingen te wachten, deze mensen zijn ook al tien uur in de weer maar dat is het aan niets aan te zien, supervriendelijk en één en al medeleven met de “dwangarbeiders van de weg”.
Dertien uur nadat we zijn gestart komen we terug aan in Saint- Gaudens, ons gemiddelde bedroeg nauwelijks 18 km/h, we kunnen niet zeggen dat we uitgeput zijn maar toch dolblij zonder kleerscheuren het einde gehaald te hebben. Fier als een gieter laten we ons vijfde stempeltje plaatsen in ons homologatieboekje, de vijf Franse zware klimritten zitten er op !!!!
Het was een bijzonder ervaring, we hebben kennis gemaakt met een land en cultuur dat zijn gelijke niet kent, waar wielertoerisme nog wordt beoefend zoals het hoort, toerisme tot en met! Enkele dagen later beklommen we ook nog de Tourmalet, ook dat zal ons eeuwig bijblijven evenals het bezoek aan Lourdes waar je stil van wordt..
Met deze een hartelijk woord van dank aan Freddy en Greta om steun te verlenen daar waar het minder ging, om samen prachtige dingen te hebben gezien en beleefd, om als een hecht geheel de vele cols te lijf te zijn gegaan..
Op het einde van het jaar zal ons de BCMF medaille vanuit Parijs via Hugo Suy worden bezorgd, een bijzonder woord van dank ook aan deze man, het was hij die ons warm maakte om dit brevet te fietsen, die ons met raad en daad bijstond. We zijn fier deel uitgemaakt te hebben van zijn “Cyclos Flamand” die in elk massief in de prijzen zijn gevallen!!!
Conclusie: of je nu klimt in om het even welk Europees land, het gaat overal op en neer, keer op keer…Alles staat of valt met de voorbereiding die je er voor over hebt. Al bij al blijft dit BCMF een enorme uitdaging die je op tal van plaatsen brengt in Frankrijk waar je anders nooit aan toe komt. Vele Houtlanders kunnen dit brevet ongetwijfeld aan, ook het feit dat elke rit over twee dagen kan worden gefietst maakt het een stuk toegankelijker.
Verslag opgemaakt door Dany Schaubrouck
Enkele fotos:
![]() |
![]() |
Mont Ventoux: standbeeld Tom Simpson |
......de geneugten van een fietstoerist |
![]() |
![]() |
Juist ingeschreven voor een BCMF-rit, men kan starten. |
Aankomst op een BCMF-col in de Pyreneeën, helaas ...in de mist |
![]() |
|
nog een herinnering aan de laatste BCMF rit |
vanaf hier begint het zware werk. Merk ook op dat de Tour de France op komst is. |
Nog 5 km, de stijgingsgraad van 9,5% ziet men op het bord. |
Op deze plaats mag men wel even verpozen en een foto maken |